Browsers

Een belangenorganisatie van Amerikaanse internetproviders wil af van de privacyregels die de providers verhinderen om de browsegeschiedenis van internetgebruikers aan derden te verkopen. De browsegeschiedenis zou niet langer moeten worden beschouwd als 'gevoelige informatie'. De belangenorganisatie, de CTIAheeft voor de FCC gepleit voor de bevoegdheid om zonder voorafgaande toestemming van de internetgebruiker de browsegeschiedenis te delen met derden. Volgens de organisatie moet privacygevoelige informatie, zoals de browsegeschiedenis van een gebruiker, niet langer worden beschouwd als 'gevoelige informatie', waardoor het buiten de toepasselijke privacyregels zou vallen.

 

Vorig jaar heeft de FCC onder leiding van de vorige voorzitter Tom Wheeler nog een voorstel aangenomen waarin internetproviders hun klanten moeten informeren over de informatie die zij over gebruikers verzamelen. Volgens deze regeling mogen providers zonder expliciete toestemming geen gevoelige informatie delen met derden. Het gaat dan specifiek om informatie zoals de browsegeschiedenis, het gebruik van apps, financiële informatie, data over de locatie van de gebruiker en de inhoud van e-mails.

De huidige Republikeinse voorzitter van de FCC, Ajit Pai, stemde destijds als commissielid tegen deze regels. Enkele weken geleden draaide hij al een deel van de regels terug. Hij zei dat de speciale privacyregels voor internetproviders te verwarrend zijn voor Amerikaanse consumenten.

Daarnaast hebben de Republikeinen in het Amerikaanse Congres een voorstel ingediend om de privacyregels af te zwakken en de FCC de mogelijkheid te ontnemen om hierover in de toekomst nadere regels op te stellen. Het minder strenge regime van de Federal Trade Commission zou dan weer leidend worden, waardoor de browsegeschiedenis niet meer als 'gevoelige informatie' wordt gezien.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment