Met een volharding die wellicht ingenieurs eigen is, werkte een groepje onderzoekers van het Duitse Fraunhofer-Institut jarenlang aan het comprimeren van digitale geluidsopnamen. De avonturen van deze technische rebellenclub is te lezen in Die mp3-Story.

We leven in een tijdperk van YouTube, Spotify en The Pirate Bay. Muziek is als water uit de kraan geworden: altijd en overal beschikbaar, gratis of voor een lage prijs. Dit danken we aan de ontwikkeling van audiocompressie, tot wasdom gekomen in de jaren tachtig en negentig, en culminerend in het mp3-bestand. De wordingsgeschiedenis van de mp3 staat nu minutieus opgetekend in het boek Die mp3-Story. Eine deutsche Erfolgsgeschichte van auteur Franz Miller. Met die boektitel windt hij er geen doekjes om: hier wordt een succesverhaal beschreven – helaas alleen in het Duits en er zijn geen plannen voor een Engelse of Nederlandse vertaling.

 

Factor Tien

Mp3 is het digitale bestandsformaat waarin een origineel geluidssignaal met een factor tien wordt samengeperst, met behoud van geluidskwaliteit. Dit huzarenstukje heeft de muziekwereld vanaf eind jaren negentig volledig op zijn kop gezet. Eerst kwam het illegale downloaden, parallel ook de draagbare muziekspelers gecombineerd met betaalde muziekdiensten als iTunes, en meer recent het streamen van muziek, via Spotify, Deezer en YouTube. Werd vroeger vooral verdiend aan langspeelplaten of cd’s en was optreden een extraatje, tegenwoordig moeten artiesten hoe dan ook op lange, uitputtende tournees.

 

COMPRESSIE VAN AUDIO

De basis voor deze, voor de muziekindustrie nogal disruptieve, ontwikkeling ligt bij het Fraunhofer-Institut für Integrierte Schaltungen (IIS) in het Duitse Erlangen. Daar werkte vanaf eind jaren tachtig een groep getalenteerde wetenschappers aan de compressie van audio, met behoud van kwaliteit. Die mp3-Story beschrijft de zoektocht van de wetenschappers, het gesoldeer van de elektrotechnici, en de discussies tussen de Duitse ingenieurs en anderen wereldwijd.

 

De auteur heeft veel kennis van zaken. Miller was jarenlang wetenschapsredacteur en vervolgens persvoorlichter bij het Fraunhofer-Institut en heeft steeds bovenop het onderzoekswerk gezeten. Daarnaast toont hij zich een grondig techniekhistoricus. Miller beschrijft net zo gemakkelijk de grotere maatschappelijke ontwikkelingen als de anekdotes op de vierkante millimeter. Dat laatste is tegelijk kracht en zwakte. Voor audiofielen of in elektrotechniek geïnteresseerden is het boek een must, voor anderen gaat het detailniveau wellicht wat ver. Daar komt nog bij dat Miller zijn functie als persvoorlichter niet helemaal van zich afschudt: hij voelt zich verplicht schijnbaar iedereen te noemen die ook maar een klein rolletje heeft gespeeld bij de ontwikkeling van mp3. Op een bepaald moment gaat dat vervelen.
 

PSYCHO-AKOESTIEK

Maar verder is het boek voor technici hier en daar smullen. Er valt een hoop te leren – of op te frissen – over de psycho-akoestiek, de leer van hoe mensen geluid waarnemen. Zo behandelt Miller uiteraard de kern van mp3: dat het menselijk gehoor begrensd is qua geluidsniveau en frequenties en er dus bepaalde componenten van het geluid in kwaliteit zijn te verlagen, zonder dat de luisteraar dat merkt. Daarnaast schrijft Miller honderduit over de experimenten van de Duitse onderzoekers, hun discussies en over de strijd die ze leverden om hun ideeën verwerkt te krijgen in een wereldwijde standaard. Er waren nog andere voorstellen om audio te comprimeren, maar uiteindelijk presenteerden zij het technisch beste systeem aan de wereld.
 

APPLE

In de tweede helft van het boek volgt een terugblik op de revolutie die het mp3-formaat in gang zette. Mp3 trekt eind jaren negentig de aandacht van hobbyisten die muziek kopiëren en uitwisselen via internet. Met de opkomst van Napster en andere peer to peer-netwerken krijgt ook het grote publiek er lol in om gratis muziek van internet te halen. Al snel voelen de platenmaatschappijen dit in hun verkoopcijfers. De brede doorbraak van mp3 bij de massa kwam in 2001, het jaar waarin Apple zowel het onlineplatform iTunes lanceerde als de eerste gebruiksvriendelijke muziekspeler, de iPod. Hiermee werd het kopen, het organiseren en het beluisteren van muziek zo gemakkelijk dat het ook de niet-nerds aantrok.

Steve Jobs had een compleet businessmodel bedacht met een sexy gadget ‘waar wel duizend liedjes op pasten’ en een jukebox op je thuiscomputer, iTunes. Er bestonden al draagbare mp3-spelers, maar Apple maakte de eerste die cool was. De rest is geschiedenis. Apple werd een mainstreammerk, kwam met nieuwe iPods, introduceerde de eerste iPhone, de succesvolle tablet iPad, en kon zo doorgroeien tot het grootste en meest succesvolle techbedrijf ter wereld, met een huidige marktwaarde van bijna zevenhonderd miljard dollar. ‘Het belang van de eerste iPods voor Apple mag niet worden onderschat’, schrijft Miller, wellicht kijkend door chauvinistisch Duitse bril, maar onweerlegbaar heeft de Duitse uitvinding van mp3 de muziekwereld op zijn kop gezet. (Jim Heirbaut)

 

Reacties mogelijk gemaakt door CComment